Gedragscode interim management

Definities

In deze Gedragscode wordt – tenzij uitdrukkelijk anders blijkt – verstaan onder:
a. Interim Manager
De natuurlijke persoon die zich beroepshalve bezig houdt met het tijdelijk vervullen van leidinggevende taken met alle daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
b. Interim Management Bureau
De (rechts-)persoon die zich beroepshalve bezig houdt met het aanvaarden en uitvoeren van opdrachten tot het tijdelijk vervullen van leidinggevende taken met alle daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden, daarbij voor de feitelijke uitvoering van die opdrachten gebruik makend van de diensten van Interim Managers.
c. Opdrachtgever
De (rechts-)persoon die aan het Interim Management Bureau of aan de Interim Manager opdracht heeft gegeven tot het (doen) uitvoeren van Interim Managementopdrachten.
d. Schaduwmanagement
Een vorm van gestructureerde professionele reflectie, waarbij de Interim Manager door een derde wordt gecoacht, met als doel het zelfstandig en professioneel functioneren van de Interim Manager, binnen de specifieke context van zijn opdracht, continue te blijven ontwikkelen en zodoende zijn opdracht beter te kunnen vervullen.
e. Schaduwmanager
Een vertegenwoordiger van of namens het Interim Management Bureau, die de Interim Manager ondersteunt in een gestructureerde vorm van professionele reflectie als hiervoor onder schaduwmanagement beschreven. Wordt deze ondersteuning niet door een bureau aangeboden, of is de opdracht door de Interim Manager rechtstreeks verkregen, dan kan de Interim Manager hier zelf voorzieningen voor treffen.
f. Interim Managementopdracht
Een schriftelijk overeen gekomen opdracht aan een Interim Manager tot het tijdelijk vervullen van leidinggevende taken, in de lijn of in een staffunctie of in een duidelijke projectstructuur, met alle daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Gedragsregels voor interim management

Artikel 1 Regelgeving

De Interim Manager houdt zich bij de uitoefening van zijn beroep aan de wet en de Gedragscode voor professionele Interim Managers.

 

Artikel 2 Gedrag

  1. De Interim Manager richt zich bij de opdrachtvervulling op het belang van de klantorganisatie en onthoudt zich van alles wat in enigerlei opzicht het aanzien en de waardigheid van het beroep kan schaden.
  2. De Interim Manager handelt op een wijze die het vertrouwen, zowel binnen de beroepsgroep als binnen de klantenkring, afdwingt. De Interim Manager houdt zich aan de wet en aan wat maatschappelijk als correct wordt beschouwd.
  3. De Interim Manager streeft, in het licht van de kwaliteit van de dienstverlening, naar constructieve collegiale verhoudingen binnen de organisatie van de opdrachtgever.

 

Artikel 3 Zorgvuldigheid

  1. De Interim Manager neemt bij de uitoefening van zijn beroep de zorgvuldigheid, die een opdrachtnemer betaamt, in acht.
  2. De Interim Manager draagt zorg voor een heldere communicatie met alle betrokkenen, daarbij het belang van de organisatie voortdurend voorop stellend. De Interim Manager gaat zorgvuldig en discreet om met alle informatie met betrekking tot de organisatie. Indien de Interim Manager relevante informatie inwint bij derden, zorgt de Interim Manager ervoor de organisatie geen schade te berokkenen. In de keuze van de informanten is de Interim Manager daarom selectief.
  3. Bij een onverhoopt misverstand tussen ‘partijen’ over de inhoud van de aan de Interim Manager verstrekte opdracht, tracht de Interim Manager in goed overleg met de betrokken partijen tot een oplossing te komen. Indien een oplossing niet mogelijk blijkt, trekt de Interim Manager zich terug en draagt zorg voor een win-win situatie.

 

Artikel 4 Professionele onafhankelijkheid

  1. De Interim Manager zet zijn kennis, ervaring en deskundigheid in ten behoeve van de organisatie van de opdrachtgever, echter met behoud van zijn professionele onafhankelijkheid. Indien de Interim Manager niet de mogelijkheid wordt gegeven om tot een eigen, onafhankelijke oordeelsvorming te komen, aanvaardt de Interim Manager de opdracht niet.
  2. Indien er, aan de kant van de Interim Manager, belangen spelen van persoonlijke of zakelijke aard, die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de opdracht, zal de Interim Manager de opdracht niet aanvaarden.

 

Artikel 5 Discretie en geheimhouding

  1. De Interim Manager gaat discreet en zorgvuldig om met het gebruiken van de aan hem verstrekte of aan hem ter kennis gekomen informatie.
  2. Bij een eventuele overdracht van informatie, beschermt de Interim Manager, waar nodig, de bronnen.
  3. Als de Interim Manager beschikt over koersgevoelige voorkennis, mag hij nimmer direct of indirect betrokken zijn bij de geformaliseerde handel in aandelen van het bedrijf.
  4. Slechts met toestemming van de opdrachtgever kan de Interim Manager herkenbare gegevens over een organisatie naar buiten brengen. Indien bij een eventuele publicatie ook personen herkenbaar zijn, dient de Interim Manager ook van hen toestemming te hebben.
  5. Geheimhouding is niet van toepassing ten opzichte van de schaduwmanager. De schaduwmanager houdt zich aan een algehele geheimhouding.
  6. De Interim Manager zal geen opdracht bij een concurrent van een opdrachtgever aanvaarden, tenzij beide opdrachtgevers van die situatie in kennis zijn gesteld en schriftelijk verklaard hebben geen bezwaar te hebben tegen het aanvaarden van de nieuwe opdracht en dit voor zover die nieuwe opdracht aanvangt binnen een periode van 12 maanden na de afronding van de eerste opdracht.

 

Artikel 6 Medewerkers van opdrachtgevers

Tenzij dit onderdeel vormt van de opdracht, of in overleg en met instemming van de opdrachtgever gebeurt, mag de Interim Manager geen initiatief nemen om medewerkers van opdrachtgever die betrokken zijn bij de opdracht, een functie bij een andere organisatie aan te bieden of anderszins voor een andere organisatie werkzaam te laten zijn. Dit gedurende een periode vanaf de aanvang van de opdracht tot 12 maanden na afronding.

 

Artikel 7 Aanvaarding van de opdracht

  1. Voordat de Interim Manager een opdracht aanvaardt, zorgt hij voor duidelijkheid ten aanzien van de inspannings- en/of resultaatsverplichtingen en de schriftelijke vastlegging daarvan.
  2. De Interim Manager stelt zich, voorafgaand aan de uitvoering van zijn opdracht, op de hoogte van de ‘context’ (in den brede).
  3. De Interim Manager aanvaardt de opdracht niet als het karakter ervan zo beperkt is, dat een organisatie er niet bij gebaat is.
  4. Een Interim Manager die werkt vanuit specifieke maatschappelijke opvattingen of doelstellingen, stelt de opdrachtgever hiervan op de hoogte, voordat hij de opdracht aanvaardt.
  5. De Interim Manager aanvaardt de opdracht niet of beëindigt die, indien de opdrachtgever onwettige doelstellingen nastreeft.
  6. De Interim Manager aanvaardt louter opdrachten waarvoor hij aantoonbaar over de benodigde competenties beschikt.
  7. Een opdracht heeft altijd een tijdelijk karakter. De duur van de opdracht is zodanig, dat de Interim Manager de noodzakelijke distantie kan blijven behouden.

 

Artikel 8 De opdrachtovereenkomst

De wilsovereenstemming met betrekking tot de opdracht en de uitvoering daarvan dient haar weerslag te vinden in schriftelijk vastgelegde afspraken over tenminste:

  1. De inhoud en de omvang van de opdracht;
  2. De beoogde resultaten van de opdracht, dit vooruitlopend op een eventuele verbijzondering daarvan conform artikel 9 lid b, uit te voeren analyse;
  3. Bepaling van de organisatie en in voorkomend geval het deel daarvan, waaraan leiding zal worden gegeven;
  4. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Interim Manager;
  5. Bepaling van personen of groepen aan wie de Interim Manager in zijn of haar functie bij de opdrachtgever verantwoording is verschuldigd;
  6. Een indicatie van de tijdsduur van de opdracht en een vastlegging van de wijze van handelen, indien de werkelijke duur afwijkt van de indicatie;
  7. Bepaling van het honorarium;
  8. De wijze van rapportering gedurende de opdracht;
  9. Geheimhouding;
  10. De beëindiging van de opdracht evenals eventuele opzegtermijnen en daarmede samenhangende condities;
  11. De gewenste c.q. noodzakelijke nazorg.

Indien tijdens de uitvoering van de opdracht zich feiten of omstandigheden voordoen die aan de oorspronkelijk bereikte wilsovereenstemming afbreuk zouden kunnen doen, dan wordt hierover tussen opdrachtgever en de Interim Manager overleg gepleegd, teneinde de afspraken aan de gewijzigde situatie aan te passen. De Interim Manager rekent het tot zijn taak hiertoe zo nodig het initiatief te nemen.

 

Artikel 9 Uitvoering van de opdracht

  1. De Interim Manager tracht naar beste vermogen het voor de organisatie beoogde resultaat te realiseren. Bij aanvaarding van de opdracht streeft de Interim Manager er naar om in de documenten genoemd in artikel 9, lid b, naar een in principe eenduidige afspraak over de te bereiken, meetbare doelen te komen.
  2. De Interim Manager dient zijn eigen analyse met betrekking tot de probleemstelling en een Plan van Aanpak in principe binnen een termijn van ca. vier weken na aanvang van een opdracht schriftelijk uitgewerkt te hebben.
  3. De Interim Manager maakt voor de belanghebbenden inzichtelijk op welke gegevens, inzichten en ervaringen hij zijn aanpak baseert.
  4. De Interim Manager spant zich in voor continuïteit bij de uitvoering van de opdracht in het onverhoopte geval dat hij zelf uitvalt.
  5. De Interim Manager beschouwt evaluatie, zowel tussentijds als aan het einde van de uitvoering van de opdracht, en de bespreking ervan met de opdrachtgever, als wezenlijk voor het implementatieproces.
  6. De Interim Manager voert de opdracht zo uit dat de door hem beklede positie in de organisatie op het afgesproken moment overdraagbaar is aan een (permanente) opvolger.
  7. De Interim Manager maakt gebruik van een gestructureerde vorm van professionele reflectie.
  8. De Interim Manager zal zich niet uit een opdracht terugtrekken, tenzij op grond van gemotiveerde omstandigheden die een goede opdrachtuitvoering belemmeren.

Aalt den Herder, 2016

Simple Share Buttons
Simple Share Buttons